Borrel
Dinsdag 13 Mei 2003 at 12:51 pm. Op een donderdagavond betrad ik de café-achtige ruimte in de gewelven van het Amsterdamse kantoor, met het oogmerk enige gezelligheid te beleven. Het was zo´n donderdag waarop de jonge juristen zich in vergadering terugtrekken om de discutabele eigenschappen van de compagnons eens fijn aan de kaak te stellen. De ruimte was dus vrijwel leeg.Aan de bar stond een al wat oudere compagnon mismoedig in een leeg jeneverglaasje te kijken. Mijn hartelijke groet leverde een als verwensing getoonzet gebrom op. 'Is er iets?' vroeg ik belangstellend. Ik legde wat extra warmte in mijn stem om hem niet af te schrikken. 'Nee hoor', antwoordde hij, maar daar trappen wij van P&O natuurlijk niet in. Als wij van P&O verdriet vermoeden, dan willen wij ook tranen zien. Ik schonk hem nog een glaasje jenever in, nam zelf een biertje en begon de moeizame afdaling naar de krochten van zijn geest. Na een consumptie of wat waren wij daar aangekomen en begon hij de oorzaken van zijn gramstorigheid bekend te maken: 'De laatste tijd gaan steeds leuke mensen weg van kantoor. Of ze gaan uit zichzelf, omdat ze het hier niet meer zien zitten, of ze worden weggestuurd door die keuringscommissie. Het kantoor zit in een ongelooflijk saaie buurt, iedereen loopt alleen maar achter zijn urenstaat aan te hollen en de jenever is ook al niet koud.' Dat laatste was niet waar en ik haastte mij dan ook hem daar op te wijzen. 'En dan die onzinnige organisatiestructuur. Ik wil dat iedereen gewoon doet wat ik zeg en dat niet eerst aan zijn baas moet gaan vragen. Dit is mijn kantoor, dus ik heb het hier voor het zeggen.' Dit standpunt stamde onmiskenbaar uit de tijd dat de maatschap bestond uit vijftien compagnons, die nog bij elkaar aan huis kwamen, maar het leek me niet het meest geëigende moment dat te zeggen. 'Ik denk dat ik maar voor mezelf ga beginnen', mompelde mijn gespreksgenoot. Met slepende tred en afhangende schouders verliet hij de sfeervolle ruimte. Uit het rooster van de airconditioning woei een kille vlaag en een rilling doortrok mijn leden. Gauw een borrel.
Deze column schreef ik in de kantoorkrant van Nauta Dutilh in 1995.
Eén reactie


Ach, Menno, dat dit dus al weer acht jaar geleden is. Het is natuurlijk een cliché als een mammoettanker, maar: we worden oud.
Jan B - 14-05-’03 19:08Ik moet zeggen: als ik deze column weer eens lees, is mijn eerste gedachte: wat goed dat we daar weg zijn.